| Schoolkamp groep 6 en7 |
|
Van woensdag 18 juni t/m vrijdag 20 juni zijn de leerlingen van groep 6 en 7 “op kamp” geweest in Baarn. Ze verbleven (samen met de leerlingen van groep 4/5) in “Het Blauwe Vogelhuis” op het scoutcentrum “Buitenzorg”. De voorbereidingen voor het kamp waren al weken van tevoren begonnen. Dit jaar was het thema het boek “In de macht van de wolfheks” (geschreven door Paul van Loon). Op woensdagmorgen 18 juni jl. oogde het vertrek van de kinderen naar Baarn chaotisch. De bus, een 75-persoons dubbeldekker, kon de draai naar de Van Lierestraat niet nemen. Op het kruispunt van de Conradstraat en Reijgersberglaan bleef hij steken. Maar dankzij de hulp van een flink aantal ouders waren de tassen en koffers in een mum van tijd in de bus. Spoedig daarna volgden de kinderen. Daarna reed bus achteruit (door de Conradstraat) richting de Hoorneslaan. Na een reis van ongeveer een uur arriveerde de bus bij het scoutcentrum in Baarn. Nadat alle koffers en tassen waren uitgeladen, werden ze op grote karren naar “Het Blauwe Vogelhuis” gereden. Daar werden alle koffers en tassen naar de slaapzalen gebracht. Na het opmaken van de bedden werd er eerst geluncht. Vervolgens werd er door alle groepen een wandeling door het bos gemaakt. Menno Visser liet tijdens de wandeling zien waar de kinderen wel en niet mochten komen. Na een uurtje vrij spel begon het middagprogramma. Tijdens een wandeling kwamen de kinderen diverse figuren uit het verhaal tegen. Bij elk van hen moest een opdracht worden uitgevoerd. Eén van de activiteiten was een geo-caching opdracht. Door het volgen van ingestelde coördinaten vonden de kinderen de plek in het bos waar het wolvendartspel stond opgesteld. Na het avondeten stond het “Wolvenspel” op het programma. Toen dit was afgelopen, begon het al aardig donker te worden. Rond 22.30 u. begon het nachtspel. Tijdens het nachtspel (een wandeling door het allerdonkerste deel van het bos) kregen de kinderen van verschillende personages diverse attributen. Die moesten zij in hun fles (met daarin hun eigen foto) stoppen. Rond 24.00 u. waren we weer bij het kamphuis terug. Om ongeveer 00.30 u. lag iedereen te slapen. De volgende ochtend stond er (na het ontbijt) wederom een speurtocht op het programma. Door het volgen van gouden draadjes werd door het bos een wandeling van ongeveer anderhalf uur gemaakt. Tijdens deze wandeling kwamen de kinderen kaartjes tegen met daarop runentekens. Door deze tekens te noteren, konden ze in het kamphuis een stencil (met daarop vier zinnen in runetekens) ontcijferen. De ontcijferde zinnen waren een beetje cryptisch, maar er zat een aanwijzing in waar ze de derde dag naartoe zouden gaan. Tussen de middag kregen de kinderen pannenkoeken te eten. Daarna werd de groep in tweeën gesplitst. De ene helft (drie groepen) ging een fotohike (wandeling aan de hand van foto’s) maken. De andere helft bleef bij het kamphuis om te figuurzagen. Na anderhalf uur werd er gewisseld. Na het avondeten werd er hout verzameld voor het kampvuur. Daarna konden de kinderen die dat leuk vonden nog een keer het bos in om het wolvenspel te spelen. Bijna iedereen deed hier aan mee. Vervolgens maakten de kinderen zich op voor de ontknoping van het verhaal. Want hoe liep het af? Zou de in een wolf veranderde Wendy weer een gewoon mensenkind worden? Onder leiding van juf Inge gingen de kinderen naar het kampvuur toe. Toen iedereen zat, las zij het laatste bladzijden van het verhaal “In de macht van de wolfheks” voor. Wat juf Inge voorlas, werd door de andere begeleiders op een verhoging uitgebeeld. Zo zagen de kinderen dat de wolf (Wendy) door Michiel met een zilveren mes werd gedood en dat op hetzelfde moment de dode wolf veranderde in een levende Wendy. Je kunt dus zeggen: Eind goed al goed! Daarna werd door Wendy de ontcijferde brief met runetekens voorgelezen en hoorden de kinderen dat zij de volgende dag naar Drievliet (Rijswijk) zouden gaan. Na de ontknoping bij het kampvuur konden de kinderen meegaan voor een laatste (nacht) wandeling door het bos. Met uitzondering van een enkeling deed iedereen daar aan mee. Na de wandeling gingen de kinderen snel naar bed, want de volgende ochtend moest iedereen vroeg opstaan. Na het ontbijt werden de koffers ingepakt en buiten op de karren gezet. De grote tent, waar enkele begeleiders twee nachten in hadden geslapen, moest worden afgebroken. Ook moesten alle ruimtes die gebruikt waren, worden geveegd en gemopt. Het moest allemaal snel gebeuren, want om kwart voor elf zou de bus arriveren die ons naar Drievliet moest brengen. Rond half één ’s middags kwamen we bij Drievliet aan. Om kwart over één werd er geluncht (patat en een ijslolly) en daarna konden de kinderen (en begeleiders) zich tot kwart voor vijf vermaken met de diverse attracties. Om precies zes uur arriveerde bus bij school. Wederom hadden we een fantastisch kamp gehad. Je wilt het niet geloven, maar we zijn nu al weer bezig met de voorbereidingen van het kamp van volgend jaar!
In de macht van de wolfheks Omdat Wendy last heeft van bronchitis, logeren zij en haar broer Michiel tijdens een vakantie op de boerderij van tante Daantje. De buitenlucht is beter voor haar dan de lucht in de stad. De boerderij staat ver van de stad, omringd door korenvelden, bossen en heuvels. Tijdens een wandeling holt Wendy een veld met hoog gras en mooie bloemen in. Plotseling ziet ze een klein groen kruidje. Omdat het kruid naar karamel ruikt en Wendy het idee heeft dat het wel eens naar toffee kan smaken, stopt ze het snel in haar mond. Als Michiel haar heeft ingehaald is ze in een grijze wolf veranderd. Als de grijze wolf in de verte het klagende geluid van een hoorn hoort, stuift hij weg. Het bloemenveld is plotseling verdwenen; Michiel wordt aangevallen door een leger bloemmonstertjes (piranha’s op steeltjes). Als hij weet te ontsnappen en weer op het pad staat, begint hij Wendy te roepen. Uit het bos komt een trol. Hij ziet er uit als een boomstronk. Hij vertelt Michiel dat Wendy wolfskruid heeft gegeten en nu een wolf is geworden en in de macht is van Likantropea, de wolfheks. De dwerg vertelt ook dat de wolfheks haar ziel (levensgeest) zal opsluiten in een fles. Er is maar één manier om Wendy te redden en dat is op zoek te gaan naar het ontwolfingskruid, dat alleen bloeit bij volle maan tussen de wortels van de witte paardenkastanje. Het bloeit slechts 1 minuut, als er ten minste precies om middernacht een manestraal op valt. Door het ontwolfingskruid in de fles met de levensgeest van Wendy te gooien, zal ze bevrijd worden. Het kruid is te vinden in het Zilverbos. Op de top van de Maanheuvel staat een witte paardenkastanje. Het Zilverbos ligt achter de Lachende Heuvels. Om er te komen moet hij ook de rivier de Brulleroer oversteken. Michiel krijgt van de dwerg een zilveren mes. Daarmee moet hij eerst de wolf Wendy doden, voordat hij het kruid in de fles gooit. Ondertussen heeft de wolfheks de levensgeest van de wolf Wendy in een bolle fles laten stromen en met een kurk afgesloten. Op weg naar het Zilverbos (het is inmiddels nacht) komt Michiel een maanschepsel tegen. Als Michiel haar vertelt dat hij op weg is naar de wolfheks, krijgt hij een stukje van haar wijsvinger. Het ziet er uit als een buisje vol licht. Het is bijna volle maan. Boven op een heuvel ziet hij een troep wolven naar de maan staan huilen. Als de groep wolven weer wegrent, wordt hij bijna ontdekt door een achtergebleven wolf. Maar de lokhoorn, die in de verte klinkt, zorgt ervoor dat ook de laatste wolf hard wegrent. Hollend gaat Michiel verder. Als hij bij de Lachende Heuvels komt, wordt hij bijna gek van het geluid dat zij maken. Als hij gras in zijn oren stopt, heeft hij er geen last meer van. Na de Lachende Heuvels moet hij de rivier de Brulleroer oversteken: de rivier blijkt een enorme kronkelende slang te zijn. Michiel krijgt hulp van en oud vrouwtje met een zilveren omslagdoek (de moeder van de rivier). Zij geeft hem een lang gouden koord. Daarmee weet hij de rivier (slang) te temmen. Hij raakt tijdens de strijd met de slang het gouden koord kwijt, maar aan de oever ligt plotseling een bootje (gevlochten van gouddraad), waarmee hij naar de overkant vaart. Inmiddels heeft de wolfheks in haar heksenketel het beeld van een jongen in een gouden bootje gezien. Ze voelt zich verre van prettig en vloekt dan ook regelmatig (“Nazbaz”). Michiel loopt ondertussen naar het Zilverbos. Midden in het bos vindt hij boven op de Maanheuvel de witte paardenkastanje. Hij moet nog even wachten tot middernacht. Weer valt hij in slaap. Om vijf voor twaalf schrikt hij wakker. Het is en blijft bewolkt. De maan is niet te zien. Zonder maanlicht komt het ontwolfingskruid niet tevoorschijn en kan hij Wendy niet bevrijden. Plotseling voelt hij in zijn broekzak het buisje (vingerkootje) van één van de drie Maanschepsels. Hij opent het buisje en om precies middernacht stroomt het maanlicht uit het buisje en nestelt zich precies tussen de wortels van de paardenkastanje. Het ontwolfingskruid begint te bloeien. Michiel graaft het ontwolfingskruid uit en kan nu op weg om zijn zusje te redden. Hij rent terug naar de rivier. Hij steekt de rivier over en gaat op zoek naar een pad dat naar hem naar het oosten moet leiden. Met behulp van de dwerg (die op een boomstronk lijkt) vindt hij het verborgen pad (het Heksenpad). Het pad, dat haast onzichtbaar is, is overwoekerd met onkruid. Onder het onkruid is een fijn web van spinrag over het pad gespannen. Als Michiel de draden van het spinrag volgt, zal hij bij het huis van de Wolfheks komen. De dwerg waarschuwt hem voor de lokhoorn. Door de lokhoorn heeft Likantropea de macht over de wolven! Hij krijgt ook het advies dat als hij tegenover de wolfheks komt te staan, hij zilverzand in haar ogen moet strooien. Hij krijgt van de dwerg een dichtgebonden zakje zilverzand. De wolfheks stuurt ondertussen de wolven op pad om ze te laten zoeken naar wat haar bedreigt. Ondertussen zwoegt Michiel voort over het Heksenpad. Op een open plek komt hij bij en ronde, met mos begroeide stenen put. Als hij daarin kijkt, ziet hij in de diepte het gezicht van Wendy, die over zijn schouder mee kijkt. Als hij zich omdraait is het niet Wendy, maar de wolf waarin Wendy veranderd is. Als de wolf hem wil bespringen pakt Michiel het zilveren mes en doodt hij de wolf. De wind vertelt hem dat nu de wolf dood is, hij de levensgeest van zijn zusje kan bevrijden. Michiel rent verder over het Heksenpad. Plotseling staat hij voor het huis van de Wolfenheks. Als hij door het venster naar binnen gluurt, wordt hij plotseling door de Wolfenheks beetgepakt en naar binnen gesleurd. Op en plank aan de muur ziet hij flessen staan; in één van de flessen zweeft een witte nevel (de levensgeest van Wendy). Als de Wolfenheks op de lokhoorn blaast (om de wolven te roepen) gooit Michiel zilverzand in haar ogen. De heks is verblind. Michiel rukt de lokhoorn uit haar handen en blaast er op. Als de wolven arriveren, beveelt hij ze de Wolfenheks te verscheuren. Terwijl ze daar mee bezig zijn, rent Michiel met de fles waar de levensgeest van Wendy in zit het bos in. In het bos trekt Michiel de kurk uit de fles en gooit hij de zeven witte blaadjes van het ontwolfingskruid in de fles. Met een klap barst de fles uit elkaar. Voor hem zit Wendy; ze kan zich niets herinneren van wat er is gebeurd. Als ze teruglopen naar de boerderij van tante Daantje valt het Michiel op dat Wendy niet meer hoest. Ook haar ademhaling is rustig en gelijkmatig. Blijkbaar bezat het ontwolfingskruid meer verborgen krachten!
|